Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in cassatieberoep in beklagprocedure over verschoningsrecht bij een Europees onderzoeksbevel
/Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1231
De Hoge Raad verklaart een Duitse advocaat niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg over de inbeslagneming van stukken onder zijn cliënt. De stukken, handgeschreven notities en artikelen met aantekeningen, zijn in beslag genomen naar aanleiding van een Europees onderzoeksbevel van de Duitse autoriteiten. De klager dient zowel een klaagschrift op grond van artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a Sv als een klaagschrift op grond van artikel 98 lid 4 Sv in, beide met de strekking dat de stukken onder zijn verschoningsrecht vallen. De rechtbank verklaart het eerste klaagschrift niet-ontvankelijk en het tweede ongegrond. De Hoge Raad verwerpt bij afzonderlijke beschikking van dezelfde dag het cassatieberoep tegen de beslissing op het klaagschrift ex artikel 98 lid 4 Sv, waardoor onherroepelijk vaststaat dat de stukken niet onder het verschoningsrecht vallen. Daardoor heeft de klager in de beklagprocedure geen belang meer en volgt niet-ontvankelijkverklaring.
Read More