EHRM: Mag je weigeren om de toegangscode van je smartphone aan de politie te geven?

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 19 mei 2026 de zaak Minteh tegen Frankrijk niet-ontvankelijk verklaard. De zaak draait om een man die tijdens zijn politiebewaring weigerde de pincodes van zijn telefoons aan de politie te geven en daarvoor, naast veroordelingen voor drugsdelicten, werd veroordeeld op grond van artikel 434-15-2 van de Franse Code pénal. Hij klaagde dat die veroordeling zijn zwijgrecht en het verbod op zelfincriminatie uit artikel 6 lid 1 EVRM schond. Het Hof oordeelde dat de gegevens op de telefoons onafhankelijk van zijn wil bestonden, omdat de autoriteiten daar ook langs technische weg toegang toe hadden kunnen krijgen. De klacht over zelfincriminatie valt daarom buiten de bescherming van dat recht en is kennelijk ongegrond verklaard. De privacyklacht onder artikel 8 EVRM werd afgewezen wegens niet-uitputting van de nationale rechtsmiddelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Doorzoekingen in Ajaccio: het EOM en de fraude met Europese herstelfondsen

Het Europees Openbaar Ministerie (EOM) deed op 27 en 28 mei 2026 doorzoekingen in en rond Ajaccio op Corsica, in een onderzoek naar vermeende fraude met Europese herstelmiddelen. Het draait om verdenkingen van aanbestedings- en subsidiefraude rond ongeveer 18 miljoen euro uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het programma REACT-EU. Bij de doorzoekingen, bij zowel particulieren als publieke instanties en private ondernemingen, zijn documenten en digitaal bewijs in beslag genomen, met steun van de Franse OCLCIFF. Het onderzoek loopt nog en alle betrokkenen worden voor onschuldig gehouden zolang de Franse rechter niet anders heeft beslist. De zaak past in een bredere trend waarin het EOM een sterke toename ziet van fraudeonderzoeken rond post-pandemische herstelfondsen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Europees Parlement weigert opheffing immuniteit Duits europarlementslid

Op 19 mei 2026 weigerde het Europees Parlement de immuniteit op te heffen van een Duits europarlementslid tegen wie het EOM een fraudeonderzoek wil instellen. De Europese Hoofdaanklager had op 21 juli 2025 een verzoek ingediend op grond van artikel 29 EOM-Verordening, omdat naar Duits constitutioneel recht (artikel 46 Grundgesetz, via artikel 9 Protocol 7) opheffing nodig is voordat een vooronderzoek kan beginnen. Het plenum nam in geheime stemming de aanbeveling van JURI over om de immuniteit te handhaven (309-283-53). Daarmee ontstaat een Verfahrenshindernis: de gedelegeerd Europese aanklager kan geen onderzoekshandelingen verrichten zolang het mandaat duurt. Het EOM kondigt aan de beslissing voor de bevoegde rechter te willen aanvechten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EOM-onderzoek in Duitsland: doorzoekingen en €18 miljoen beslag in vermeende btw-carrousel met Nederlandse schakel

Het Europees Openbaar Ministerie liet op 12 mei 2026 acht doorzoekingen uitvoeren in Saarland en Saksen en hield één verdachte aan in een onderzoek naar een vermeende btw-carrouselfraude van €18 miljoen via de handel in kleine elektronica. Het EOM legde voor hetzelfde bedrag beslag en stelt dat het onderzochte bedrijf tussen 2019 en 2023 onverschuldigd btw-teruggaven zou hebben geclaimd. De fraudeketen zou zich hebben uitgestrekt over Duitsland, Italië, Nederland, Portugal en Slowakije, waarbij Nederlandse missing traders en Duitse bufferondernemingen een rol zouden hebben gespeeld. Bevoegdheidsgrondslag is artikel 22 Verordening (EU) 2017/1939 jo. de PIF-richtlijn, die het EOM bevoegd maakt bij grensoverschrijdende btw-fraude boven €10 miljoen. Voor de Nederlandse praktijk is relevant dat een vervolg in Nederland (op grond van artikel 69 AWR en mogelijk artikel 225 en 140 Sr) niet is uit te sluiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Positieve verplichtingen onder artikel 8 EVRM en de rol van de nationale rechter

In het NTM|NJCM-Bulletin analyseren Ellen Gijselaar en Anneloes Kuiper hoe de Nederlandse civiele rechter positieve verplichtingen onder artikel 8 EVRM toepast in hinder- en overlastzaken, met de Schiphol-zaak en de Varkenshouderijen-zaak als casussen. Zij concluderen dat de fair balance-test regelmatig te dun wordt gemotiveerd en onvoldoende aansluit bij de methodologie van het EHRM. Daarnaast signaleren zij dat de Staat en de rechter de margin of appreciation-doctrine oneigenlijk inzetten om nationale terughoudendheid te rechtvaardigen, terwijl deze doctrine uitsluitend de verhouding tussen het EHRM en de Verdragsstaten regelt. De auteurs pleiten voor een actievere rechterlijke dialoog met het EHRM en het betrekken van internationale normen, zoals WHO-richtlijnen, bij de vaststelling van het beschermingsniveau.

Read More
Print Friendly and PDF ^