Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in cassatieberoep in beklagprocedure over verschoningsrecht bij een Europees onderzoeksbevel

Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1231

De Hoge Raad verklaart een Duitse advocaat niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg over de inbeslagneming van stukken onder zijn cliënt. De stukken, handgeschreven notities en artikelen met aantekeningen, zijn in beslag genomen naar aanleiding van een Europees onderzoeksbevel van de Duitse autoriteiten. De klager dient zowel een klaagschrift op grond van artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a Sv als een klaagschrift op grond van artikel 98 lid 4 Sv in, beide met de strekking dat de stukken onder zijn verschoningsrecht vallen. De rechtbank verklaart het eerste klaagschrift niet-ontvankelijk en het tweede ongegrond. De Hoge Raad verwerpt bij afzonderlijke beschikking van dezelfde dag het cassatieberoep tegen de beslissing op het klaagschrift ex artikel 98 lid 4 Sv, waardoor onherroepelijk vaststaat dat de stukken niet onder het verschoningsrecht vallen. Daardoor heeft de klager in de beklagprocedure geen belang meer en volgt niet-ontvankelijkverklaring.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Communicating OLAF: A Major Legal Challenge

OLAF, het Europese antifraudebureau, is een administratieve onderzoeksdienst, maar zijn werk raakt aan strafrechtspleging. Daardoor moet zijn communicatie met pers en publiek de rechtsstaat, de vertrouwelijkheid van onderzoeken en individuele rechten respecteren, waaronder het vermoeden van onschuld. Tegelijk moet OLAF burgers informeren over de besteding van publieke middelen. Het evenwicht tussen het recht van het publiek om te weten en de juridische grenzen daaraan is het centrale vraagstuk voor de communicatiestrategie, en wordt bemoeilijkt door de grensoverschrijdende context waarin OLAF werkt. Aan de hand van Europese rechtspraak brengen de auteurs dit kader in kaart.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Approximation of National Substantive Criminal Law on Fraud and the Limits of the Third Pillar

OLAF is het enige communautaire orgaan dat belast is met administratieve onderzoeken naar gedrag dat de financiële belangen van de EU schaadt en zowel strafrechtelijke als grensoverschrijdende aspecten kan hebben. De bescherming van die belangen via het strafrecht valt onder de derde pijler van de EU en steunt op de PFI-instrumenten: de PFI-Conventie van 1995 en de drie bijbehorende protocollen. Die verplichten lidstaten om fraude, corruptie en witwassen ten nadele van de EU-begroting strafbaar te stellen. Ruim tien jaar later is de ratificatie nog niet voltooid en schiet de nationale uitvoering tekort. Het Verdrag van Lissabon kan de weg vrijmaken voor sterkere handhaving, waarna OLAF moet bepalen welke hervorming het voorstelt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Rules on the application of ne bis in idem in the EU – Is further legislative action required?

Het Europese Hof van Justitie heeft zich herhaaldelijk gebogen over de grensoverschrijdende toepassing van het ne bis in idem-beginsel, dat verhindert dat iemand die in één lidstaat onherroepelijk is berecht, in een andere lidstaat opnieuw wordt vervolgd voor dezelfde feiten. Het huidige kader, de artikelen 54 tot en met 58 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst, onderwerpt het beginsel aan uitzonderingen voor territorialiteit, nationale veiligheid en handelen van eigen ambtenaren, wat het grondrechtelijke karakter ervan verzwakt. De rechtspraak van het Hof heeft autonome maatstaven ontwikkeld die steunen op wederzijdse erkenning en vrij verkeer, maar laat de balans tussen rechtszekerheid en materiële gerechtigheid onbeslist. Nadere wetgeving is nodig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Difficulties of Joint Investigation Teams and the Possible Role of OLAF

Joint Investigation Teams (JIT's) maken het mogelijk dat onderzoekers uit verschillende EU-lidstaten informatie uitwisselen zonder rechtshulpverzoek. Toch worden ze in de praktijk weinig opgezet. Dat komt door onbekendheid met het instrument en door onduidelijke regels: het Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp uit 2000 laat veel over aan nationale wetgevers, wat tot uiteenlopende bepalingen leidt. OLAF kan zo'n team ondersteunen, maar niet als volwaardig lid, omdat alleen nationale autoriteiten partij kunnen zijn. De rol blijft adviserend en ondersteunend: juridisch advies, toegang tot databanken, informatie over EU-instellingen en coördinatie. Daarbij gelden grenzen rond onderzoeksgeheim, gegevensbescherming en doelbinding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Eurojust and its role in Joint Investigation Teams

Joint Investigation Teams kwamen binnen bereik met de Conventie van 29 mei 2000 over wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen EU-lidstaten. Wat begon als een idee waar praktijkmensen aanvankelijk sceptisch tegenover stonden, wordt nu vaker gebruikt voor snellere en bredere grensoverschrijdende onderzoeken. Eurojust behandelt jaarlijks meer dan 1000 zaken en houdt ruim 100 coördinatievergaderingen, waarin autoriteiten afspreken JITs op te zetten. Het nieuwe Raadsbesluit van 16 december 2008 maakt Eurojust tot centraal aanspreekpunt voor JITs in Europa. Eurojust adviseert wanneer een JIT meerwaarde heeft, helpt bij conceptovereenkomsten, ondersteunt operaties en begeleidt aanvragen voor financiering bij de Commissie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof van Justitie stelt voorwaarden aan inbeslagneming van e-mails en persoonlijke gegevensdragers door een mededingingsautoriteit

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 16 juli 2026 arrest gewezen in de gevoegde zaken C-258/23, C-259/23 en C-260/23 over inspecties door de Portugese mededingingsautoriteit. De zaken betreffen de inbeslagneming van zakelijke e-mails tussen werknemers en bestuurders van ondernemingen tijdens onderzoeken naar overtredingen van de artikelen 101 en 102 VWEU. Het Hof oordeelt dat zulke e-mails onder het begrip communicatie in de zin van artikel 7 van het Handvest van de grondrechten vallen. Het Unierecht verzet zich er niet tegen dat een nationale mededingingsautoriteit deze e-mails in bedrijfsruimten in beslag neemt zonder voorafgaande toestemming van een rechter, mits het nationale recht voorziet in een strikt wettelijk kader en in passende waarborgen tegen misbruik en willekeur, waaronder een effectieve rechterlijke toetsing achteraf. Voor de toegang tot mobiele telefoons, computers of andere gegevensdragers die aan natuurlijke personen toebehoren, verlangt het Hof wel een voorafgaande toetsing door een rechter of een onafhankelijke bestuurlijke instantie. De verwijzende Portugese rechter moet met inachtneming van deze uitleg beoordelen of de betrokken inbeslagnemingen rechtmatig zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Effective Remedies for the Violation of the Right to Trial Within a Reasonable Time in Criminal Proceedings

Artikel 6.1 EVRM waarborgt het recht op berechting binnen een redelijke termijn, maar schendingen en het ontbreken van een effectief nationaal rechtsmiddel leiden tot duizenden klachten bij het EHRM. Het Comité van Ministers van de Raad van Europa nam op 24 februari 2010 een aanbeveling aan over effectieve rechtsmiddelen, met niet-financiële vormen van herstel zoals het staken van de vervolging of strafvermindering. Spanje voerde in 2010 onredelijke vertraging in als strafverminderende omstandigheid (artikel 21.6 Sr). Ramos Tapia toetst de Spaanse regeling aan de aanbeveling, bespreekt of niet-tenuitvoerlegging van de straf een rechtsmiddel kan zijn, en wijst op de gevolgen voor de wederzijdse erkenning binnen de EU.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak EHRM verwacht in McArdle tegen Nederland: veroordeling in hoger beroep na vrijspraak, zonder hernieuwd verhoor van de belastende getuige

Naar verwachting doet het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op 1 september 2026 uitspraak in de zaak McArdle tegen Nederland, klachtnummer 31220/20. De klacht is op 17 juli 2020 ingediend en op 16 december 2022 door de Third Section gecommuniceerd aan de Nederlandse regering. De zaak draait om een strafzaak waarin de rechtbank Amsterdam tot vrijspraak kwam en het gerechtshof Amsterdam vervolgens tot een veroordeling, terwijl het bewijs in beide instanties in de kern uit dezelfde getuigenverklaring bestond. Het gerechtshof wees de verzoeken van de verdediging om die getuige in hoger beroep opnieuw te horen af. De klager stelt dat hij daardoor geen eerlijk proces heeft gehad in de zin van artikel 6, eerste lid, en derde lid onder d, EVRM. Het Hof heeft partijen één vraag voorgelegd en verwijst daarbij naar drie arresten: Schatschaschwili tegen Duitsland, Júlíus Þór Sigurþórsson tegen IJsland en Keskin tegen Nederland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zomerstop BijzonderStrafrecht.nl t/m 24 augustus

De eerste 6,5 maand van 2026 zit er weer op. Er is het nodige gebeurd binnen ons mooie vakgebied. Tijd voor bezinning en zon. Vanaf maandag 24 augustus zijn we weer terug met nieuwe updates. Fijne zomer en graag tot dan!

Read More
Print Friendly and PDF ^