Artikel: OLAF and the Push and Pull Factors of a European Criminal Justice System

Toen OLAF in 1999 werd opgericht, koos men bewust voor een administratief instrument om fraude, corruptie en andere onregelmatigheden ten nadele van de financiële belangen van de Gemeenschap te bestrijden. Tien jaar later blijkt die kwalificatie nauwelijks houdbaar. Het werk van OLAF vertoont een uitgesproken strafrechtelijk karakter: een groot deel van de zaken vraagt om justitiële opvolging, de bevoegdheden bij interne onderzoeken naderen die van opsporingsdiensten, en betrokkenen voelen zich onvoldoende beschermd. Deze spanningen vormen zowel een pull- als een pushfactor richting een Europees strafrechtelijk systeem, juist nu het Verdrag van Lissabon de strafrechtelijke profilering van de EU op scherp zet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Brunell en McArdle tegen Nederland: EHRM stelt schending van het onmiddellijkheidsbeginsel vast

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 1 september 2026 in de zaak Brunell en McArdle tegen Nederland unaniem een schending van artikel 6 lid 1 EVRM vastgesteld. Het gerechtshof Amsterdam had twee verdachten in 2018 veroordeeld tot dertien jaar gevangenisstraf wegens doodslag, nadat de rechtbank hen van dat feit had vrijgesproken omdat zij de verklaringen van getuige X niet betrouwbaar achtte. Het hof gebruikte die verklaringen wel voor het bewijs, maar hoorde de getuige niet zelf en wees een verzoek daartoe af. Het EHRM oordeelt dat de verklaringen van X beslissend waren, dat de betrouwbaarheid ervan uitdrukkelijk was betwist en dat het onmiddellijkheidsbeginsel in die situatie vereiste dat het hof de getuige in persoon hoorde. De Hoge Raad had de veroordeling in 2020 in stand gelaten; volgens het EHRM kon een cassatieberoep dit gebrek niet herstellen. Het EHRM wijst op de herzieningsgrond van artikel 457 lid 1 onder b Sv en noemt heropening van de procedure de meest passende vorm van herstel.

Read More
, , ,
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Protection of the euro against Counterfeiting

De euro is een unieke munt waarvan de definitie onder de bevoegdheid van de Europese Unie valt. Tegen valsemunterij bestaat een uitgebreid juridisch kader. Het Kaderbesluit van 29 mei 2000 verplicht lidstaten valsemunterij strafbaar te stellen en vult de Overeenkomst van Genève van 1929 aan. Verordening 1338/2001 regelt de samenwerking tussen nationale en Europese autoriteiten en verplicht kredietinstellingen valse biljetten en munten uit omloop te nemen. Het Europees Technisch en Wetenschappelijk Centrum analyseert nieuwe vervalste euromunten. Aparte regelgeving beschermt tegen medailles en penningen die op euromunten lijken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over daderschap rechtspersonen

Advocaat-generaal Van Kempen heeft op 1 september 2026 een conclusie genomen in een cassatiezaak over bedrieglijke bankbreuk en feitelijk leidinggeven, waarin het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de verdachte veroordeelde tot zestien maanden gevangenisstraf en een ontzetting uit het recht om bestuurder van een rechtspersoon te zijn. Op de dag dat artikel 51 Sr vijftig jaar bestaat, wijdt de advocaat-generaal een uitvoerige beschouwing aan het daderschap van de rechtspersoon en het Drijfmest-kader van de Hoge Raad uit 2003. Aanleiding is de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sinds 31 mei 2023, die voor het overtrederschap aansluit bij de strafrechtelijke criteria maar beschikkingsmacht volgens de conclusie soms te formeel invult. De advocaat-generaal bepleit materiële beschikkingsmacht als centraal vereiste, formuleert contra-indicaties voor toerekening bij louter nalaten en doet suggesties om het Drijfmest-kader te versterken. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep, met uitsluitend een strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie; de uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 15 december 2026.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in cassatieberoep in beklagprocedure over verschoningsrecht bij een Europees onderzoeksbevel

Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1231

De Hoge Raad verklaart een Duitse advocaat niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg over de inbeslagneming van stukken onder zijn cliënt. De stukken, handgeschreven notities en artikelen met aantekeningen, zijn in beslag genomen naar aanleiding van een Europees onderzoeksbevel van de Duitse autoriteiten. De klager dient zowel een klaagschrift op grond van artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a Sv als een klaagschrift op grond van artikel 98 lid 4 Sv in, beide met de strekking dat de stukken onder zijn verschoningsrecht vallen. De rechtbank verklaart het eerste klaagschrift niet-ontvankelijk en het tweede ongegrond. De Hoge Raad verwerpt bij afzonderlijke beschikking van dezelfde dag het cassatieberoep tegen de beslissing op het klaagschrift ex artikel 98 lid 4 Sv, waardoor onherroepelijk vaststaat dat de stukken niet onder het verschoningsrecht vallen. Daardoor heeft de klager in de beklagprocedure geen belang meer en volgt niet-ontvankelijkverklaring.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Communicating OLAF: A Major Legal Challenge

OLAF, het Europese antifraudebureau, is een administratieve onderzoeksdienst, maar zijn werk raakt aan strafrechtspleging. Daardoor moet zijn communicatie met pers en publiek de rechtsstaat, de vertrouwelijkheid van onderzoeken en individuele rechten respecteren, waaronder het vermoeden van onschuld. Tegelijk moet OLAF burgers informeren over de besteding van publieke middelen. Het evenwicht tussen het recht van het publiek om te weten en de juridische grenzen daaraan is het centrale vraagstuk voor de communicatiestrategie, en wordt bemoeilijkt door de grensoverschrijdende context waarin OLAF werkt. Aan de hand van Europese rechtspraak brengen de auteurs dit kader in kaart.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Approximation of National Substantive Criminal Law on Fraud and the Limits of the Third Pillar

OLAF is het enige communautaire orgaan dat belast is met administratieve onderzoeken naar gedrag dat de financiële belangen van de EU schaadt en zowel strafrechtelijke als grensoverschrijdende aspecten kan hebben. De bescherming van die belangen via het strafrecht valt onder de derde pijler van de EU en steunt op de PFI-instrumenten: de PFI-Conventie van 1995 en de drie bijbehorende protocollen. Die verplichten lidstaten om fraude, corruptie en witwassen ten nadele van de EU-begroting strafbaar te stellen. Ruim tien jaar later is de ratificatie nog niet voltooid en schiet de nationale uitvoering tekort. Het Verdrag van Lissabon kan de weg vrijmaken voor sterkere handhaving, waarna OLAF moet bepalen welke hervorming het voorstelt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Rules on the application of ne bis in idem in the EU – Is further legislative action required?

Het Europese Hof van Justitie heeft zich herhaaldelijk gebogen over de grensoverschrijdende toepassing van het ne bis in idem-beginsel, dat verhindert dat iemand die in één lidstaat onherroepelijk is berecht, in een andere lidstaat opnieuw wordt vervolgd voor dezelfde feiten. Het huidige kader, de artikelen 54 tot en met 58 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst, onderwerpt het beginsel aan uitzonderingen voor territorialiteit, nationale veiligheid en handelen van eigen ambtenaren, wat het grondrechtelijke karakter ervan verzwakt. De rechtspraak van het Hof heeft autonome maatstaven ontwikkeld die steunen op wederzijdse erkenning en vrij verkeer, maar laat de balans tussen rechtszekerheid en materiële gerechtigheid onbeslist. Nadere wetgeving is nodig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Difficulties of Joint Investigation Teams and the Possible Role of OLAF

Joint Investigation Teams (JIT's) maken het mogelijk dat onderzoekers uit verschillende EU-lidstaten informatie uitwisselen zonder rechtshulpverzoek. Toch worden ze in de praktijk weinig opgezet. Dat komt door onbekendheid met het instrument en door onduidelijke regels: het Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp uit 2000 laat veel over aan nationale wetgevers, wat tot uiteenlopende bepalingen leidt. OLAF kan zo'n team ondersteunen, maar niet als volwaardig lid, omdat alleen nationale autoriteiten partij kunnen zijn. De rol blijft adviserend en ondersteunend: juridisch advies, toegang tot databanken, informatie over EU-instellingen en coördinatie. Daarbij gelden grenzen rond onderzoeksgeheim, gegevensbescherming en doelbinding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Eurojust and its role in Joint Investigation Teams

Joint Investigation Teams kwamen binnen bereik met de Conventie van 29 mei 2000 over wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen EU-lidstaten. Wat begon als een idee waar praktijkmensen aanvankelijk sceptisch tegenover stonden, wordt nu vaker gebruikt voor snellere en bredere grensoverschrijdende onderzoeken. Eurojust behandelt jaarlijks meer dan 1000 zaken en houdt ruim 100 coördinatievergaderingen, waarin autoriteiten afspreken JITs op te zetten. Het nieuwe Raadsbesluit van 16 december 2008 maakt Eurojust tot centraal aanspreekpunt voor JITs in Europa. Eurojust adviseert wanneer een JIT meerwaarde heeft, helpt bij conceptovereenkomsten, ondersteunt operaties en begeleidt aanvragen voor financiering bij de Commissie.

Read More
Print Friendly and PDF ^