Europees Parlement weigert opheffing immuniteit Duits europarlementslid

Op 19 mei 2026 weigerde het Europees Parlement de immuniteit op te heffen van een Duits europarlementslid tegen wie het EOM een fraudeonderzoek wil instellen. De Europese Hoofdaanklager had op 21 juli 2025 een verzoek ingediend op grond van artikel 29 EOM-Verordening, omdat naar Duits constitutioneel recht (artikel 46 Grundgesetz, via artikel 9 Protocol 7) opheffing nodig is voordat een vooronderzoek kan beginnen. Het plenum nam in geheime stemming de aanbeveling van JURI over om de immuniteit te handhaven (309-283-53). Daarmee ontstaat een Verfahrenshindernis: de gedelegeerd Europese aanklager kan geen onderzoekshandelingen verrichten zolang het mandaat duurt. Het EOM kondigt aan de beslissing voor de bevoegde rechter te willen aanvechten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EOM-onderzoek in Duitsland: doorzoekingen en €18 miljoen beslag in vermeende btw-carrousel met Nederlandse schakel

Het Europees Openbaar Ministerie liet op 12 mei 2026 acht doorzoekingen uitvoeren in Saarland en Saksen en hield één verdachte aan in een onderzoek naar een vermeende btw-carrouselfraude van €18 miljoen via de handel in kleine elektronica. Het EOM legde voor hetzelfde bedrag beslag en stelt dat het onderzochte bedrijf tussen 2019 en 2023 onverschuldigd btw-teruggaven zou hebben geclaimd. De fraudeketen zou zich hebben uitgestrekt over Duitsland, Italië, Nederland, Portugal en Slowakije, waarbij Nederlandse missing traders en Duitse bufferondernemingen een rol zouden hebben gespeeld. Bevoegdheidsgrondslag is artikel 22 Verordening (EU) 2017/1939 jo. de PIF-richtlijn, die het EOM bevoegd maakt bij grensoverschrijdende btw-fraude boven €10 miljoen. Voor de Nederlandse praktijk is relevant dat een vervolg in Nederland (op grond van artikel 69 AWR en mogelijk artikel 225 en 140 Sr) niet is uit te sluiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Positieve verplichtingen onder artikel 8 EVRM en de rol van de nationale rechter

In het NTM|NJCM-Bulletin analyseren Ellen Gijselaar en Anneloes Kuiper hoe de Nederlandse civiele rechter positieve verplichtingen onder artikel 8 EVRM toepast in hinder- en overlastzaken, met de Schiphol-zaak en de Varkenshouderijen-zaak als casussen. Zij concluderen dat de fair balance-test regelmatig te dun wordt gemotiveerd en onvoldoende aansluit bij de methodologie van het EHRM. Daarnaast signaleren zij dat de Staat en de rechter de margin of appreciation-doctrine oneigenlijk inzetten om nationale terughoudendheid te rechtvaardigen, terwijl deze doctrine uitsluitend de verhouding tussen het EHRM en de Verdragsstaten regelt. De auteurs pleiten voor een actievere rechterlijke dialoog met het EHRM en het betrekken van internationale normen, zoals WHO-richtlijnen, bij de vaststelling van het beschermingsniveau.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Doorzoekingen in Polen: EPPO onderzoekt mogelijke ambtelijke nalatigheid bij EU-gefinancierd klimaatprogramma

Het EPPO in Katowice heeft op 21 april 2026 doorzoekingen laten uitvoeren bij onder meer de Poolse Kanselarij van de Minister-President, twee ministeries en zeventien milieufondsen, in een onderzoek naar het nationale subsidieprogramma Czyste Powietrze. Het onderzoek richt zich op mogelijk plichtsverzuim van publieke functionarissen bij het ontwerp en de uitvoering van het programma, waardoor malafide aannemers subsidies zouden hebben kunnen weggesluizen ten koste van duizenden begunstigden. De operatie werd uitgevoerd door 65 agenten van het Poolse CBA en vier vertegenwoordigers van OLAF, die documentatie vanaf 1 juni 2021 hebben veiliggesteld. Omdat het programma wordt gecofinancierd door de Europese uitvoerende agentschap CINEA, raakt de zaak direct aan de financiële belangen van de Unie en valt zij onder de bevoegdheid van de EPPO op grond van Verordening (EU) 2017/1939. De zaak staat in een bredere reeks onderzoeken, waaronder een parallel EPPO-onderzoek in Gdańsk dat leidde tot een arrestatie op Warschau Airport in maart 2026.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM over F.B. en Anderen t. Nederland: Nederlands herbeoordelingsstelsel voor levenslanggestraften voldoet aan artikel 3 EVRM

Het EHRM heeft op 21 april 2026 in F.B. en Anderen t. Nederland unaniem geoordeeld dat het Nederlandse herbeoordelingsstelsel voor levenslanggestraften niet in strijd is met artikel 3 EVRM. Het Hof acht het stelsel, zoals ingericht met het Besluit Adviescollege levenslanggestraften en aangepast per 1 juli 2023, voldoende duidelijk en omgeven met procedurele waarborgen. Beslissingen van de minister in de ambtshalve gratieprocedure en bij toelating tot de re-integratiefase moeten worden gemotiveerd en kunnen door de civiele rechter worden getoetst. Uit de beschikbare cijfers blijkt dat drie levenslanggestraften zijn toegelaten tot de re-integratiefase en dat op 25 oktober 2023 één keer gratie is verleend, waardoor niet gezegd kan worden dat de straf in de praktijk nooit wordt verkort. Het Hof laat uitdrukkelijk ruimte voor verdere procedurele verfijning, onder meer via het aangekondigde wetsvoorstel voor rechterlijke voorwaardelijke invrijheidstelling.

Read More
Print Friendly and PDF ^