Gerechtvaardigde inbreuk op recht op bronbescherming, Staat had journalisten eerder moeten informeren

Rechtbank Den Haag 26 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2716

Het Openbaar Ministerie heeft in een lopend strafrechtelijk onderzoek een gesprek afgeluisterd tussen drie verdachten en journalisten van De Correspondent. Daarmee is volgens De Correspondent hun bronbescherming geschonden. De Correspondent eist dat de rechter zich uitspreekt over de mate waarin journalisten zich beschermd moeten weten tegen dergelijke afluisterpraktijken.

Recht op bronbescherming

De rechtbank oordeelt dat het Openbaar Ministerie inbreuk heeft gemaakt op het recht op bronbescherming, maar dat deze inbreuk mede gelet op het strafrechtelijk belang bij waarheidsvinding gerechtvaardigd is. 

De rechtbank oordeelt ook dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door al vóór de machtiging van de rechter-commissaris het proces-verbaal met het uitgewerkte tapverslag in de strafzaak te gebruiken. Ook had het Openbaar Ministerie de journalisten eerder op de hoogte moeten en kunnen brengen van het afluisteren.

Reconstructieonderzoek

De Correspondent is een platform voor onderzoeksjournalistiek. Journalisten van de Correspondent hebben in 2021 en 2022 een reconstructie gemaakt van het Nederlandse hulpmiddelenbeleid ten tijde van de coronapandemie. De reconstructie is op het platform van De Correspondent gepubliceerd. De Stichting Hulptroepen Alliantie is in het voorjaar van 2020 opgericht met als doel Nederland belangeloos van meer mondkapjes te voorzien. De bestuurders van de stichting zijn in verband met een verdenking van oplichting, verduistering en witwassen op 28 februari 2022 aangehouden. Op 2 maart 2022 zijn zij weer op vrije voeten gesteld maar zij bleven nog wel verdachten. 

Op 25 maart 2022 hebben de journalisten in het kader van het reconstructieonderzoek een ontmoeting gehad met drie bestuurders van de stichting. Tijdens dit zeven uur durende gesprek zijn zij ingegaan op de aanleiding, de achtergrond en de gang van zaken van het Nederlandse hulpmiddelenbeleid en de mondkapjesdeal, en op hun eigen rol en betrokkenheid daarbij. 

Het Openbaar Ministerie heeft dit gesprek opgenomen. De opnameapparatuur was opgehangen met toestemming van de rechter-commissaris. De inzet van het opsporingsmiddel was niet gericht tegen journalisten, maar tegen de verdachten in het strafrechtelijk onderzoek. 

Het afgeluisterde gesprek is door het Openbaar Ministerie uitgewerkt in een proces-verbaal en in oktober 2023 aan de advocaten van de verdachten gestuurd. In februari 2024 heeft de rechter-commissaris een machtiging verleend om het proces-verbaal met het uitgewerkte tapverslag toe te voegen aan het strafdossier. De rechterlijke controle vond dus pas plaats nadat de stukken al waren gebruikt in de strafzaak.

Oordeel rechtbank

In deze zaak gaat het om het recht op bronbescherming. Het Openbaar Ministerie heeft in een lopend strafrechtelijk onderzoek een gesprek afgeluisterd tussen drie verdachten en journalisten. De rechtbank oordeelt dat het Openbaar Ministerie daarmee inbreuk heeft gemaakt op het recht op bronbescherming, maar dat deze inbreuk gelet op het strafrechtelijk belang bij waarheidsvinding gerechtvaardigd is.

De rechtbank oordeelt ook dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens De Correspondent door al vóór de machtiging van de rechter-commissaris het proces-verbaal met het uitgewerkte tapverslag in de strafzaak te gebruiken. 

Ook had de Staat de journalisten eerder op de hoogte kunnen en moeten brengen van het afluisteren.

Schadevergoeding

De Correspondent heeft schadevergoeding gevorderd maar niet toegelicht welke schade zij door het gebruik van het proces-verbaal in de strafzaak vóór de machtiging van de rechter-commissaris en het te laat informeren heeft geleden. Daarom wordt deze vordering afgewezen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^