HR herhaalt gevallen waarin niet-ontvankelijkheid OM aan de orde kan zijn

Hoge Raad 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:217

De verdachte is politieagent en veroorzaakt op 21 mei 2019 met een dienstvoertuig een ernstig verkeersongeval. Hij rijdt met zeer hoge snelheid achterop een stilstaande bestelbus, met als gevolg zwaar lichamelijk letsel bij de bestuurder van de bestelbus en de bijrijder van het politievoertuig. De verdachte stelt vanaf het begin dat de remmen van zijn dienstvoertuig niet naar behoren werkten. Het voertuig wordt in beslag genomen en onderzocht, maar korte tijd later vrijgegeven en verkocht. Hierdoor wordt een verzoek van de verdediging tot tegenonderzoek aan het voertuig onmogelijk.

De verdachte wordt vervolgd voor het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar letsel (artikel 6 WVW 1994) en het veroorzaken van gevaar op de weg (artikel 5 WVW 1994). Het gerechtshof Den Haag verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens schending van het recht op een eerlijk proces.

Middel

Het openbaar ministerie voert in cassatie aan dat het hof ten onrechte het OM niet-ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging. Volgens het middel is onvoldoende gemotiveerd waarom de gestelde inbreuk op het recht op een eerlijk proces niet meer te compenseren zou zijn, zeker nu in hoger beroep nog uitvoerig (indirect) onderzoek is verricht naar de technische staat van het voertuig.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad herhaalt de maatstaf uit HR:2020:1889 voor niet-ontvankelijkverklaring van het OM: daarvan is alleen sprake bij een zodanig ernstige en onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces dat “the proceedings as a whole were not fair” en compensatie niet meer mogelijk is. Het gaat dan om zeer uitzonderlijke gevallen.

Het hof heeft geoordeeld dat het tegenonderzoek aan het voertuig een cruciaal verdedigingsmiddel was, dat door toedoen van politie en justitie definitief verloren is gegaan. Daarmee zou de verdachte onherstelbaar zijn geschaad in zijn verdediging. De Hoge Raad oordeelt echter dat dit oordeel onvoldoende is gemotiveerd, nu in hoger beroep wel degelijk nog diverse technische onderzoekshandelingen zijn verricht naar het voertuig en het verkeersongeval. Deze stukken zijn bovendien in de zitting van 15 maart 2024 uitvoerig besproken.

Volgens de Hoge Raad kan de rechter, indien het ontbreken van tegenonderzoek een complicatie vormt bij de bewijswaardering, daarmee rekening houden in het kader van de inhoudelijke beoordeling en zo nodig tot vrijspraak komen. Dat betekent echter niet zonder meer dat sprake is van een eerlijkheidsinbreuk die enkel te verhelpen is met niet-ontvankelijkverklaring.

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling. Het hof zal opnieuw moeten oordelen of het OM alsnog ontvankelijk is in de vervolging van de politieagent.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^