Vrijspraak bestuurder voor medeplegen valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruikmaken van valse geschriften

Rechtbank Rotterdam 24 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:13531

De verdachte, een bestuurder en 98% aandeelhouder van een vennootschap, werd vervolgd voor het medeplegen van valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruikmaken van valse geschriften. Het Openbaar Ministerie stelde dat hij verantwoordelijk was voor onjuiste belastingaangiften en een frauduleuze aanvraag voor Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL).

Tenlastelegging

De verdachte werd beschuldigd van:

  1. Het opzettelijk opstellen en indienen van valse belastingaangiften en suppleties.

  2. Het indienen van een TVL-aanvraag met onjuiste omzetgegevens.

  3. Het opzettelijk gebruikmaken van deze valse documenten bij de Belastingdienst en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Standpunt Openbaar Ministerie

Het OM stelde dat de verdachte als bestuurder en aandeelhouder verantwoordelijk was voor de onjuiste documenten en de aanvraag. Omdat de aanvraag via zijn persoonlijke eHerkenning-account was ingediend, zou hij hiervan op de hoogte moeten zijn geweest. Het OM eiste een gevangenisstraf van 9 maanden (waarvan 3 voorwaardelijk), een beroepsverbod van 5 jaar en publicatie van het vonnis.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de verdachte daadwerkelijk de documenten had opgesteld of ingediend. De vennootschap werd feitelijk geleid door een medeverdachte, die verantwoordelijk leek voor de belastingaangiften. Hoewel de TVL-aanvraag via de eHerkenning van de verdachte was ingediend, kon niet worden uitgesloten dat de medeverdachte zonder toestemming hiervan gebruik had gemaakt.

Vrijspraak

De rechtbank sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat hij opzettelijk valse geschriften had opgemaakt of gebruikt.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^