De natuur als collectief rechtsbelang in een politiek liberaal strafrecht

Op 24 mei 2024 trad de herziene Richtlijn milieustrafrecht in werking. Deze Richtlijn verplicht EU-lidstaten onder andere tot strafbaarstelling van een gekwalificeerd delict wanneer sprake is van milieuschade die gelijkenis vertoont met ‘ecocide’. Deze ontwikkeling past binnen een tijdsgewricht waarin het belang van de natuur juridisch – dus ook strafrechtelijk – meer op de voorgrond komt te staan. De vraag dringt zich op of de natuur als collectief rechtsbelang verenigbaar is met een liberaal strafrecht. In recente literatuur wordt deze vraag ontkennend beantwoord.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Due diligence en positieve verplichtingen: elkaar versterkende grondslagen voor overheidsaansprakelijkheid op verschillende niveaus?

Dit artikel bespreekt de wisselwerking tussen positieve verplichtingen vanuit het EVRM en de due diligence-norm in het Verdrag van Istanbul. Na een schets van de rol die due diligence traditioneel inneemt in het internationale recht en de rol die deze norm speelt in het Verdrag van Istanbul, verkent auteur de relatie en wisselwerking tussen due diligence en positieve verplichtingen. Ook wordt ingegaan op de eventuele gevolgen van deze wisselwerking voor de nationale rechter en op potentiële interstatelijke aansprakelijkheid.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Hobbels en oneffenheden in de Pikmeer-rechtspraak

Onderwerp van deze bijdrage is de immuniteit van lagere overheden. In het Pikmeer II-arrest heeft de Hoge Raad het kader ter beoordeling van de immuniteit van lagere overheden ter zake van door hen verrichte gedragingen uiteengezet: immuniteit van een openbaar lichaam als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Grondwet – lagere overheden behoren tot deze categorie – dient slechts dan te worden aangenomen ‘als de desbetreffende gedragingen naar hun aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak, zodat uitgesloten is dat derden in zoverre op gelijke voet als het openbaar lichaam aan het maatschappelijk verkeer deelnemen’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het zwijgrecht uit artikel 6 EVRM bij de bestuurlijke boete

De bestuurlijke boete is een criminal charge, dus moet het boeteproces ook eerlijk zijn in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarbij hoort het zwijgrecht en breder: het recht niet te worden gedwongen tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te leggen, het nemo tenetur-beginsel. Wanneer een strafzaak tegen een verdachte begint mag deze direct zwijgen, dat is qua nemo tenetur wel overzichtelijk. In het financiële bestuursrecht wordt echter primair gehandhaafd met het oog op herstel en tijdens een onderzoek in die fase geldt tegenover toezichthouders een medewerkingsplicht en geen zwijgrecht. Hoe wordt dan toch dit beginsel gewaarborgd, als later een boete volgt? Kort en goed: toezichthouders kennen bij een boeteverhoor het zwijgrecht toe en zullen eerder onder dwang afgelegde verklaringen uitsluiten van gebruik bij de boete. Dit laatste heet de reflexwerking van het zwijgrecht en volgt al uit het arrest Saunders dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in 1996 wees.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Overheidsaansprakelijkheid in het strafrecht

Deze bijdrage laat zien dat en – vooral – waarom de Pikmeer-rechtspraak over de strafrechtelijke immuniteit van lagere overheden nog steeds vragen oproept. Dat geldt in de eerste plaats voor de uitleg van het Pikmeer II-criterium. De daarin figurerende termen ‘bestuursfunctionarissen’ en ‘(desbetreffende) gedragingen’ zijn voor verschillende interpretatie vatbaar. Daarnaast zijn er vragen omtrent de vervolgbaarheid van personen op grond van leidinggeven en eigen daderschap. Het ligt op de weg van de Hoge Raad over deze fundamentele kwesties meer duidelijkheid te verschaffen.

Read More
Print Friendly and PDF ^