HR over afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid

Hoge Raad 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:333

De verdachte is veroordeeld voor medeplegen van onder meer computervredebreuk, oplichting en diefstal met behulp van valse sleutels in het kader van een phishing-fraude. In deze fraudeconstructie worden slachtoffers via WhatsApp benaderd met een valse betaalverzoek-link (Tikkie), waarna zij worden doorgelinkt naar een phishingsite die eruitziet als hun bankomgeving. Daar voeren zij inloggegevens en TAN-codes in, waarna derden toegang krijgen tot hun bankrekeningen. Zo wordt zonder medeweten van de slachtoffers geld overgemaakt of worden goederen aangeschaft.

Ten aanzien van aangeefster A heeft het gerechtshof vastgesteld dat zij op 30 april 2018 een WhatsApp-bericht heeft ontvangen van een persoon die zich C noemde, met daarin een Tikkie-link. Deze link leidde naar een phishingsite waar zij haar bankgegevens en een TAN-code invoerde. Later die avond werd op haar bankrekening ingelogd en werd een mobiele telefoon gekoppeld. Vervolgens zijn met haar bankrekening via de Mobiel Betalen App aankopen gedaan bij MediaMarkt. De verdachte is gelinkt aan de gebruikte telefoon, onder meer doordat hij die probeerde te verstoppen bij zijn aanhouding.

Middel

Het eerste cassatiemiddel klaagt over het bewijs ten aanzien van het medeplegen met betrekking tot aangeefster A. Volgens de verdediging is het oordeel van het hof dat sprake is van medeplegen niet toereikend gemotiveerd en niet gebaseerd op een voldoende significante bijdrage van de verdachte. In feite zou sprake zijn van medeplichtigheid en niet van de nauwe en bewuste samenwerking die voor medeplegen vereist is.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad grijpt deze zaak aan om zijn vaste jurisprudentie inzake medeplegen te herhalen, met name zoals neergelegd in HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316. Voor medeplegen is vereist dat sprake is van een zodanige intellectuele of materiële bijdrage aan het delict dat dit een nauwe en bewuste samenwerking oplevert. Wanneer geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, moet uit de bewijsvoering expliciet blijken waarom de bijdrage van de verdachte desondanks het predicaat ‘medeplegen’ rechtvaardigt. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan de rol van de verdachte in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het delict, zijn aanwezigheid op cruciale momenten, of het niet terugtrekken op een daartoe geëigend moment.

Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte op 30 april 2018 de Tikkie-link heeft verzonden aan aangeefster A en dat hij op zowel het begin- als eindpunt van de bewezenverklaarde periode de beschikking had over de telefoon die daartoe werd gebruikt. Het oordeel dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking met zijn mededaders acht de Hoge Raad in het licht van deze vaststellingen niet onbegrijpelijk en juridisch juist gemotiveerd.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^