Niet-ontvankelijkheidsverweren verworpen: geen sprake van onrechtmatig boekenonderzoek, misbruik van bevoegdheden, vervolgingsuitsluitingsgrond van art. 69 lid 4 AWR en schending una via

Rechtbank Rotterdam 16 juni 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5378

Uit proces-verbaal AMB-01 blijkt wat de aanleiding van het boekenonderzoek bij de verdachte is geweest. Hierin staat dat er signalen waren dat het kantoor van de verdachte niet volledig meewerkte bij door de Belastingdienst ingestelde boekenonderzoeken en dat er twijfels waren omtrent de juistheid van de bijgehouden en gevoerde administraties van haar cliënten. De genoemde signalen waren een reden om een nieuw boekenonderzoek in te stellen. Ook de bevindingen in het onderzoek naar de casus naam 2 hebben aanleiding gevormd voor nader onderzoek naar de verdachte. De stelling van de verdediging dat de officier van justitie geen duidelijkheid heeft verschaft over de aanleiding van het boekenonderzoek volgt de rechtbank dan ook niet. Voorts ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat het boekenonderzoek bij de verdachte op onrechtmatige gronden zou zijn ingesteld of dat anderszins sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex artikel 530 Sv: Kostenpost correspondentie bovenmatig vanwege stelselmatig opvragen stand van zaken

Rechtbank Amsterdam 14 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2067

De rechtbank stelt vast dat de raadsman in de periode van 21 december 2020 tot en met 19 juli 2021 in totaal 29 keer zes minuten tijd heeft geschreven voor het corresponderen met het OM over de stand van zaken in de strafzaak. De gevraagde kosten voor het stelselmatig opvragen van de stand van zaken, tegen een uurtarief van € 250,00, te weten in totaal € 725,00 exclusief BTW, komt de rechtbank bovenmatig voor, zodat dit bedrag niet volledig voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank wijst erop dat de raadsman verantwoordelijk is voor een efficiënte bedrijfsvoering in zijn praktijk en dat hij om redenen van billijkheid dient te waken voor de efficiency van de verdediging en de schade dient te beperken waarvan een vergoeding aan verzoekster kan worden gevraagd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding advocaatkosten: moet onder het begrip raadsman tevens worden verstaan een gemachtigde?

Rechtbank Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2584

In een strafrechtelijke procedure voor de kantonrechter kan een verdachte zich overeenkomstig artikel 398 Sv laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. De verzoeker heeft van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of onder het begrip raadsman tevens moet worden verstaan een gemachtigde, niet zijnde een advocaat. Door het gebruik van de term ‘raadsman’ creëert de wettelijke vergoedingsregeling van artikel 530 Sv een ondergrens aan de kwaliteit van rechtsbijstand die voor vergoeding in aanmerking komt. Gemachtigden hoeven niet aan diezelfde kwaliteitseisen te voldoen. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat rechtsbijstand die door gemachtigden wordt verleend in het algemeen hetzelfde juridisch deskundig niveau heeft als rechtsbijstand verleend door een advocaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 530 Sv: ook de tijd die besteed wordt aan meer tijdsintensieve cliënten komt voor vergoeding in aamerking

Rechtbank Den Haag 27 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15623

Over de kosten gemaakt tot en met datum sepot overweegt de rechtbank verder dat voorstelbaar is dat sommige cliënten meer tijd vragen van een advocaat dan andere cliënten – uit de toelichting van de advocaat ter zitting kan zonder meer volgen dat dat hier het geval is geweest. Ook de tijd die besteed wordt aan meer tijdsintensieve cliënten dient in beginsel de behandeling van de zaak. Dat is echter niet oneindig en komt vanaf een zeker punt niet langer voor rekening van de Staat maar blijft voor rekening van de verdachte zelf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 530 Sv: Cliënt betaalt bij veroordeling minder dan de Staat bij vrijspraak, geen gronden van billijkheid vergoeding tegen hoge tarief  

Rechtbank Den Haag 27 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15623

De advocaat heeft over het uurtarief verklaard dat bij succes een hoger uurtarief en bij geen succes een lager uurtarief in rekening wordt gebracht. Door dergelijke prijsafspraken ontstaat in strafzaken dan ook de situatie, dat een cliënt bij veroordeling voor dezelfde werkzaamheden (aanzienlijk) minder betaalt dan de Staat bij een vrijspraak. Er zijn geen gronden van billijkheid voor een vergoeding van de tijd die tegen dit uurtarief is berekend.

Read More
Print Friendly and PDF ^