Wat is nodig voor medeplegen aan oplichting?

Hoge Raad 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:328

De verdachte wordt vervolgd voor grootschalige online oplichting, computervredebreuk en witwassen, gepleegd tussen 2014 en 2015. Hij is onder meer betrokken bij frauduleuze webshops die sterk lijken op die van Babboe, BCC en Dixons. Slachtoffers bestellen producten zoals bakfietsen via professioneel ogende websites, betalen via overschrijving of iDEAL, maar ontvangen niets. De websites worden gepromoot via phishingadvertenties op onder andere Marktplaats.nl en Tweedehands.be. In eerste aanleg volgt vrijspraak van medeplegen oplichting bij enkele van deze sites, maar het gerechtshof Den Haag oordeelt in hoger beroep anders. De verdachte wordt uiteindelijk veroordeeld tot 26 maanden gevangenisstraf en het betalen van schadevergoedingen aan tientallen slachtoffers. De zaak staat in samenhang met de zaken 21/03655 en 21/03659.

Middel 1: bewijsklacht medeplegen

De klacht richt zich tegen de bewezenverklaring van medeplegen van oplichting. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie leidt en verwijst naar de conclusie van de advocaat-generaal. Deze acht het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk.

Uit het bewijs blijkt dat de verdachte toegang heeft tot verschillende frauduleuze websites, waaronder [website 2].com, en actief bijdraagt door advertenties te plaatsen, bankpassen te regelen en chatcontact te onderhouden over de criminele activiteiten. Op zijn USB-stick zijn database dumps aangetroffen met gebruikersgegevens en sporen van de frauduleuze websites. De verklaring van een medeverdachte bevestigt dat via Skype werd afgesproken wie “de website draaide”. De verdachte deelt ook bankgegevens en biedt zijn geldezels aan.

De verdachte levert met zijn handelingen een substantiële bijdrage aan de gezamenlijke oplichtingspraktijken. De betrokkenheid omvat meer dan enkel hulpverlening, en de motivering van het hof voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Middel 2: maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof ambtshalve voor zover de duur van de gijzeling de wettelijke grens overschrijdt. Op grond van artikel 36f lid 5 Sr mag de totale duur van gijzeling niet meer dan één jaar bedragen. In dit geval wordt 360 dagen als maximum gehanteerd, overeenkomstig eerdere jurisprudentie (HR 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:714). De Hoge Raad past dit maximum toe en verlaagt de gijzeling in overeenstemming hiermee.

Overige klachten

De overige cassatiemiddelen leiden evenmin tot cassatie. De Hoge Raad past artikel 81 lid 1 Wet RO toe en motiveert deze beslissing niet verder.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^