Aflatoxinen in pinda’s: grove veronachtzaming voedselveiligheid leidt tot forse geldboete

Gerechtshof Den Haag 24 mei 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1459

De verdachte is een rechtspersoon, actief in de handel van pinda’s, bestemd voor zowel menselijke consumptie als voor diervoeding. In de periode van maart 2015 tot en met november 2016 verhandelt zij meerdere partijen pinda’s afkomstig uit Argentinië en de Verenigde Staten. Deze partijen blijken in Nederland – na bemonstering en analyse door een gecertificeerd testbedrijf – een te hoog gehalte aan aflatoxine te bevatten. Ondanks kennisname van deze overschrijdingen verkoopt de verdachte de pinda’s alsnog door, zonder melding te maken van de testresultaten. Het betreft hier pinda’s bestemd voor consumptie door mensen en dieren.

Tenlastelegging

De verdachte wordt verweten dat zij:

  1. primair: opzettelijk partijen pinda’s met een te hoog aflatoxinegehalte heeft verkocht aan een afnemer, terwijl zij wist dat deze schadelijk voor de gezondheid waren en dit gevaar heeft verzwegen;

  2. impliciet primair: pinda’s met een te hoog aflatoxinegehalte bestemd voor diervoeding heeft verhandeld, in strijd met artikel 2.17 van de Wet dieren.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal vordert een veroordeling ter zake van het onder 1 primair en 2 impliciet primair tenlastegelegde en eist een geldboete van 250.000 euro.

Standpunt van de verdediging

De verdediging voert aan dat de verdachte mocht vertrouwen op de aflatoxine-certificaten afkomstig uit het land van herkomst. Volgens de verdediging is er geen sprake van wettig en overtuigend bewijs dat de pinda’s een te hoog aflatoxinegehalte bevatten. Tevens ontbreekt volgens haar het (voorwaardelijk) opzet, omdat eerdere afwijzingen van pinda’s door de afnemer na herkeuring onterecht bleken. Tot slot wordt aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat de pinda’s daadwerkelijk schadelijk waren voor de gezondheid.

Oordeel van het gerechtshof

Het gerechtshof Den Haag verwerpt het verweer dat de testresultaten van het Nederlandse laboratorium onvoldoende zouden zijn. Deze worden ondersteund door verklaringen, e-mailcorrespondentie en proces-verbalen. Het hof acht tevens bewezen dat de pinda’s schadelijk zijn voor de gezondheid, gelet op de substantiële overschrijding van de grenswaarden zoals neergelegd in Verordening (EG) 1881/2006 en haar opvolger Verordening (EU) 2023/915. Voor diervoeder is deze schadelijkheid eveneens vastgesteld op basis van Richtlijn 2002/32/EG.

Het hof acht bewezen dat de verdachte op de hoogte is gesteld van de testresultaten met overschrijdingen en heeft nagelaten opnieuw onderzoek te laten verrichten. Door deze partijen alsnog te verkopen, heeft zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de pinda’s schadelijk waren. Daarmee is sprake van voorwaardelijk opzet.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:

  • opzettelijk pinda’s met een te hoog gehalte aan aflatoxine heeft verkocht en dit schadelijke karakter heeft verzwegen;

  • opzettelijk pinda’s met een te hoog aflatoxinegehalte als diervoeder heeft verkocht, in strijd met artikel 2.17 van de Wet dieren.

Strafoplegging

Gelet op de ernst van de feiten, de duur van het strafproces en het blanco strafblad van de verdachte, legt het hof een geldboete op van 100.000 euro. Het hof houdt daarbij rekening met de overschrijding van de redelijke termijn met ruim 1 jaar en 9 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^