Gerechtshof spreekt verdachte deels vrij in zaak rond obligatiefraude

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 februari 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:411

De verdachte, bestuurder van een financieringsmaatschappij, wordt vervolgd voor oplichting door een rechtspersoon. De vennootschap gaf obligaties uit met de belofte van hoge rendementen en zekere terugbetaling. De inleg van beleggers zou onder andere worden geïnvesteerd in een helikopterbedrijf in Costa Rica. In werkelijkheid werden de ingelegde gelden gebruikt om bestaande verplichtingen te voldoen.

Tenlastelegging

De verdachte werd beschuldigd van oplichting, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl hij hieraan feitelijke leiding heeft gegeven. Dit betrof meerdere obligatie-uitgiftes, waaronder Tranche 12, Tranche 14 en het Offering Memorandum.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie stelde dat de verdachte beleggers heeft misleid door hen bewust onjuiste informatie te verstrekken over het rendement en de bestemming van hun inleg. De aangelegde gelden werden niet geïnvesteerd zoals voorgesteld, maar gebruikt om andere beleggers uit te betalen en operationele kosten te dekken. Het OM eiste een gevangenisstraf van negen maanden.

Standpunt verdediging

De verdediging voerde aan dat de verdachte geen opzet had om beleggers te misleiden. Volgens de verdediging werd er met goede intenties gehandeld en waren de beloofde investeringen reëel, maar mislukten deze door externe factoren. Daarnaast werd betoogd dat de beleggers als professionele investeerders moesten worden beschouwd en op de hoogte waren van de risico’s.

Oordeel van het hof

Het hof spreekt de verdachte vrij voor feit 1 (oplichting met Tranche 12 en Tranche 14) omdat niet kan worden vastgesteld dat van meet af aan het oogmerk bestond om beleggers te misleiden. Bij het Offering Memorandum (feit 2) acht het hof echter bewezen dat de verdachte bewust misleidende informatie heeft verstrekt. Hij wist dat de inleg niet zou worden geïnvesteerd in het helikopterbedrijf, terwijl dit wel in de prospectus stond. Dit kwalificeert als oplichting.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat de verdachte leiding heeft gegeven aan oplichting door de vennootschap met betrekking tot het Offering Memorandum.

Strafoplegging

De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar. Het hof houdt hierbij rekening met de aanzienlijke termijnoverschrijding in de procedure en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^