Rb: Bankafschrift bevat geen geheimhoudersinformatie

Rechtbank Limburg 25 maart 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:2770

De verdachte wordt verweten dat hij, samen met zijn moeder (medeverdachte), de herkomst van een Volkswagen E-golf, een chalet en een geldbedrag van 15.925 euro heeft verhuld door deze goederen op naam van zijn moeder te stellen terwijl hij de feitelijk rechthebbende was. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging, nu zich geheimhouderinformatie in het dossier bevindt. Immers werden de bankafschriften van de medeverdachte gericht aan het kantoor van de raadsman toegevoegd aan het dossier.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De verdachte is de feitelijke gebruiker en eigenaar van zowel de Volkswagen E-golf als het chalet. De goederen zijn grotendeels contant betaald, terwijl zowel de verdachte als zijn moeder geen legale inkomsten hadden die deze aankopen konden verklaren. De constructie waarin de aankopen op naam van de moeder zijn gezet, dient enkel ter verhulling van de werkelijke eigendom en is ingegeven door de eerdere veroordeling van verdachte. Ook het aangetroffen contante geldbedrag van 15.925 euro is afkomstig uit de verkoop van het chalet en wordt aldus als crimineel aangemerkt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie vanwege vermeende schending van het verschoningsrecht: bankafschriften gericht aan het kantoor van de raadsman zouden als geheimhouderinformatie moeten worden beschouwd.

Subsidiair wordt bewijsuitsluiting bepleit.

De verdediging verzoekt om vrijspraak wegens het ontbreken van een brondelict en voert aan dat concrete verklaringen zijn afgelegd over de herkomst van het geld, die geverifieerd kunnen worden. Het contante bedrag in het chalet zou bovendien niet tot het vermogen van verdachte behoren.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer. Het enkele feit dat bankafschriften zijn gericht aan het kantoor van de raadsman, brengt niet mee dat sprake is van vertrouwelijke communicatie in de zin van artikel 218 Sv. Er is aldus geen sprake van geheimhoudersinformatie en dus ook geen schending van het verschoningsrecht. Het openbaar ministerie is ontvankelijk in de vervolging.

“Bij onder een verdachte of medeverdachte die niet zelf verschoningsgerechtigde is in beslag genomen bankafschriften gaat het niet om communicatie van of bestemd voor een advocaat en/of een andere verschoningsgerechtigde. Een dergelijk afschrift is niet meer of minder dan een overzicht van af- en bijschrijvingen of zo men wil van activiteiten van een rekening over een bepaalde periode. In geval een rekeninghouder de bank de opdracht geeft een betaling te verrichten die bestemd is voor een verschoningsgerechtigde, is het pure feit van die betaling geen vertrouwelijk verkeer in de zin van artikel 218 Wetboek van Strafvordering (Sv). De rekeningmutatie behelst niets anders dan de registratie van een betaling op het bankafschrift, net zoals bijvoorbeeld de telecom-aanbieder registreert dat en wanneer een verdachte een raadsman belt. En van dat laatste is reeds uitgemaakt dat zo een verkeersgegeven niet onder de vernietigingsplicht van artikel 126aa Sv valt. De rechtbank zal het niet-ontvankelijkheidsverweer van de verdediging dan ook verwerpen nu er geen schending van het verschoningsrecht is, en komt daarmee ook niet toe aan het bespreken van eventuele bewijsuitsluiting van deze stukken.”

Inhoudelijk overweegt de rechtbank dat de verdachte feitelijk de rechthebbende was op de Volkswagen E-golf en het chalet, en dat hij het contante geldbedrag uit de verkoop van het chalet heeft ontvangen. Zowel de moeder als zoon hadden geen aannemelijke legale herkomstverklaring voor de contante betalingen. De door de moeder aangedragen verklaringen omtrent inkomsten uit mantelzorg en casinowinsten zijn onvoldoende concreet en verifieerbaar. De rechtbank acht bewezen dat verdachte een schijnconstructie heeft opgezet om zich te onttrekken aan vermogensbeslag.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 18 december 2018 tot en met 23 maart 2021:

  • de Volkswagen E-golf met kenteken [kentekennummer 1],

  • het chalet met nummer [nummer chalet 2] te Baarlo, en

  • het geldbedrag van 15.925 euro

voorhanden heeft gehad, heeft omgezet en daarvan gebruik heeft gemaakt terwijl hij wist dat deze afkomstig waren uit enig misdrijf, en dat hij tezamen en in vereniging met zijn moeder heeft verhuld dat hij de rechthebbende was.

Strafoplegging

  • Onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden

  • Geldboete van € 20.000

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^